Martha Graham (1894 – 1991)


De dans Lamentation (1930) start bij 1.30 min.

Waar Graham vooral bekend om staat, is haar manier van dansen, die expressionistisch en experimenteel van aard was. Zij ontwikkelde een geheel eigen techniek, die ook wel de ‘Grahamtechniek’ wordt genoemd. Deze techniek gaat uit van het ritme van de ademhaling. Ook het dansen vanuit de buik staat centraal. De buik vormt het centrum van het lichaam en tevens het centrum van het gevoel. De basis van de Grahamtechniek wordt gevormd door het spannen en ontspannen van spieren, ook bekend als contraction en release.

Een ander aspect dat in de techniek van Graham duidelijk naar voren komt is het contact van de danser met de grond. Graham beschouwde de vloer als het landschap van de danser. Vanuit deze filosofie creëerde zij ook bewegingen die zittend of zelfs liggend uitgevoerd moesten worden.

De techniek die Graham ontwikkelde stond hierdoor haaks op het academische (klassieke) ballet. Bestond het klassiek ballet uit strikte voorschriften over hoe de dans moest worden vormgegeven, Graham nam het gevoel als drijfveer. Een andere grote tegenstelling werd gevormd door het schoeisel dat gebruikt werd. In het academisch ballet was het gangbaar om spitzen te dragen, waarmee de danser los kon komen van de aarde en als het ware kon zweven. Graham danste echter op blote voeten om het contact met de grond zo veel mogelijk te behouden.